De stad Delft


De stad Delft

Delft was één van de belangrijkste steden van Holland. Delft was een bloeiende stad in die tijd, ook op het gebied van kunst en wetenschap. Verschillende tijdgenoten van Vermeer zijn beroemd geworden, zoals de schilders Carel Fabritius, Pieter de Hoogh, Pieter van Asch, Antonie Palamedesz en Leonard Bramer. Verder de geleerden Antonie van Leeuwenhoek, Hugo de Groot en de zilversmid Smeltzing.

Binnen de wallen, die de stad omringden, woonden ongeveer 23.000 mensen (er wonen in 2008 ruim 96.000 mensen). Langs en op de wallen stonden achttien molens.. In de wallen waren een groot aantal uitkijktorentjes gebouwd als de stad verdedigd moest worden. Er waren ook verschillende stadspoorten.

In de stad stonden de huizen dicht opeen; de straten waren smal en druk. Langs de grachten woonden veel kooplieden. Ze konden zo gemakkelijk van het vervoer over water gebruik maken. Ook de bierbrouwerijen stonden langs de grachten. Zij gebruikten grachtwater, dat heel schoon was voor die tijd. Er bestonden dan ook strenge voorschriften tegen watervervuiling.

De grootste gebouwen in de stad waren de Nieuwe Kerk, de Oude Kerk en het Stadhuis.

Uithangborden

Bordjes met straatnamen of huisnummers bestonden nog niet in de stad. De meeste winkels waren herkenbaar aan de uithangborden, gevelstenen of bijvoorbeeld een ‘gaper’ bij een drogist. Het plaatje op de borden of stenen had met het ambacht of bedrijf van de bewoner te maken; dat was duidelijk voor mensen, die niet konden lezen.